dinsdag 12 juni 2012

Recensievergelijking ‘De passievrucht’ (Karel Glastra van Laan)



Algemene informatie
Auteur: Karel Glastra van Loon
Titel: De passievrucht           
Plaats van uitgave: Amsterdam/Antwerpen
Jaar van uitgave: 2001
Druk: 32e druk
Aantal pagina’s: 238
Genre: Roman
Samenvatting
Armin Minderhout woont samen met Ellen en zijn zoon Bo. Armin en Ellen kunnen geen kinderen krijgen en na een onderzoek komt Armin erachter dat hij het syndroom van Klinefelter heeft. En dus kan Bo nooit zijn zoon zijn. De wereld van Armin stort helemaal in. Armin vertelt niets aan Bo en gaat op zoek naar Bo's biologische vader. Zijn vrouw Monika, de moeder van Bo, is tien jaar eerder overleden wat Armins zoektocht niet makkelijker maakt.
Armin maakt een lijstje van alle mogelijke kandidaten voor Bo’s vaderschap. De eerste op dit lijstje is Monika’s ex, Robbert Hubeek. Robbert vertelt Armin uitgebreid over de seksuele praktijken die er tussen Monika en hem hebben plaatsgevonden, maar Robbert blijkt aan het einde van het gesprek niet eens van Monika’s dood af te weten en dus valt hij af als eventuele vader. Armin moet denken aan de nacht waarvan hij altijd had gedacht dat het toen was dat Bo verwekt was.
De volgende op het lijstje is de huisarts van Monika, want, denkt Armin, arts-patiënt relaties komen wel vaker voor. Armin vraagt het de huisarts vervolgens zonder er ook maar enigszins omheen te draaien, maar de huisarts verzekert Armin dat er nooit ongepaste intimiteiten tussen Monika en hem hebben plaatsgevonden. Ook kan hij in Monika’s dossier niets vinden over zaken die ze tijdens haar zwangerschap in vertrouwen verteld zou kunnen hebben. De laatste kandidaat is Niko Neerinckx, een vroegere collega van Monika van reisbureau ‘De Kleine Wereld’. Volgens Ellen had Monika nooit ook maar iets voor Niko gevoeld en verspilt Armin zijn tijd in deze hele kwestie, maar desondanks gaat Armin Niko toch opzoeken. Omdat Niko op reis is, ontmoet hij eerst Niko’s vrouw Anke. Armin stelt zich voor als ene Erik Aldenbos en met behulp van een handige smoes, komt hij binnen en al gauw wint hij Ankes vertrouwen. Al vragende komt Armin erachter dat Niko zijn oudste zoon ook Bo heeft genoemd en hij ziet een foto van Monika in hun fotoalbum. En wat dit betreft, sluit Niko helemaal aan op het profiel dat Armin voor ogen heeft voor de dader. Hij is immers altijd al een rokkenjager geweest. Armin weet niet wat hij ermee aan moet, maar zijn beste vriend Dees en Ellen dringen erop aan om niets aan Niko te vragen. Armin volgt hun advies op.
De relatie tussen Armin en Ellen verslechtert een beetje. Armin besluit om er een weekend tussenuit te gaan met Bo, naar Ameland. Op een gegeven moment wandelen Armin en Bo over het strand en ontmoeten ze een groepje jongeren van Bo’s leeftijd. Eén van de meisjes blijkt Bo wel leuk te vinden en na 's avonds samen op stap te zijn geweest, vindt Armin het meisje bij Bo in bed. Armin, die stomdronken is, valt op Bo's bed in slaap en blijkbaar heeft hij toen overgegeven op het kussen van het meisje. Bo is razend als hij zijn vader zo aantreft en slaat hem. Armin wordt hier zo kwaad door en door de drank en de woede vergeet hij even alles en gooit hij het eindelijk eruit dat Bo niet zijn zoon is.
Zodra ze weer thuis komen, komt Armins vader te overlijden. Armin en Dees ontruimen het huis van Armins overleden ouders en Armin komt een doos tegen met liefdesbrieven van zijn ouders. In deze doos ontdekt hij ook een briefje met daarop de tekst ‘Ik ben zwanger. M.’ Armin weet meteen wat dit betekent: zijn vader is de dader! Verward thuisgekomen, geeft Ellen hem een brief van Monika aan Bo. Die brief had Monika haar ooit gegeven met daarin alle informatie over de biologische vader van haar zoon.
Armin wil meteen een stuk gaan lopen en Ellen moet het hele verhaal vertellen van de jarenlange spanning tussen Armins vader en Monika en hun ‘slippertje’ waaruit Bo ontstaan is. Ellen heeft het al die tijd geweten, maar wilde hem het liefst al die pijn besparen. Armin vindt zichzelf helemaal niets meer, geen vader, geen zoon, geen geliefde, geen vriend, helemaal niets. Bo is opeens zijn halfbroer, terwijl Armin dertien jaar voor Bo heeft gezorgd als een vader. Tenslotte komt Bo met het idee om de as van zijn vader over het graf van Monika uit te strooien, om de moeilijke tijd af te sluiten en weer verder te gaan met hun leven.

Recensie 1 Vader en zoon, bedrieglijk simpel door Daan Stoffelsen (24 juli 2007)
Het basisidee van Karel Glastra van Loons eerste roman De passievrucht (1999) intrigeert. Een man ontdekt, dertien jaar na de geboorte van zijn zoon, tien jaar na het overlijden van diens moeder, dat hij altijd al onvruchtbaar is geweest. Die zoon, Bo, is dus niet zijn zoon. Het is een inzicht dat tot razernij kan leiden. De vorm van razernij die bezit neemt van Armin is een zelfdestructieve nieuwsgierigheid.
‘“Wat weet jij, Ellen? Wat weet jij dat ik niet weet? Wat heeft Monika jou verteld? Ze moet je toch iets verteld hebben? […] Ze moet toch iets hebben gezegd. Met een omweg misschien. Een stille hint, die jij nooit hebt opgepikt. Jezus, Ellen, jullie waren intiem met elkaar in die dagen. Jullie deelden godverdomme alles. En nu wil je mij laten geloven dat daarover nooit met een woord is gesproken? Lieg niet tegen me, Ellen. Ik kan geen leugens meer verdragen! O, Jezus Christus Ellen, ga nu niet huilen. Huil niet, huil niet, huil niet!”’
Na zijn huidige vriendin Ellen het vuur aan de schenen te hebben gelegd over wijlen zijn vriendin, haar beste vriendin Monika, zet Armin zijn onderzoek voort bij een ex, Monika’s huisarts en een toenmalige collega. Het is wat gemakkelijk detectivewerk, bijna niet te geloven. Veel belangrijker dan het onderzoek naar de vader/dader is dan ook de werkelijke reden van Armins razernij. Niet Monika’s leugens – Armin had beter kunnen weten, ze hadden samen haar ex bedrogen, en zelf hield hij er ook een vrije moraal op na –, maar het feit dat hij geen vader meer zou zijn. Want hij is een leuke vader en Bo een leuk, vroegwijs kind.
‘“Papa,” zei Bo opeens, “papa, er zit een kabouter in de tas.”
[…]
“Echt. De tas beweegt.”
“O-o.”
Op de achterbank naast Bo lag een plastic tas, met een stronk hout erin waarop kleine, goudgele paddestoeltjes groeiden. “Zullen we die meenemen voor mama?” had ik voorgesteld. Dat vond Bo een goed idee.
“Hiiiiii!” gilde Bo opeens. Ik schrok van zijn schrik, Bo schrok niet gauw ergens van. Ik keek achterom om te zien wat er aan de hand was. Ik probeerde de plastic tas te pakken.
“Huuuuu!” krijste Bo.
Het volgende moment boorden we ons in de kofferbak van een dubbelgeparkeerde, glanzendzwarte BMW.
“Een kabouter?!” zei de verbijsterde eigenaar van de BMW, met een half-opgegeten broodje bal nog in zijn hand.’

Vertederende momenten (de kabouter bleek een meegereisde spitsmuis) en herkenbare herinneringen vormen het belangrijkste deel van het boek. Glastra van Loon beschrijft ze beeldend, bijna filmisch en daarom is het volstrekt te begrijpen dat De passievrucht verfilmd is. Als Nederlandse film dan, want de scheldpartijen en het bloot hebben een Hollands gebrek aan subtiliteit en Armins detectivewerk heeft een even Hollandse knulligheid. Ook als plotseling, na een dronken bekentenis van Armin aan Bo, ontdekt wordt wie de echte vader van Bo is, is alles opeens volstrekt duidelijk. Er is geen twijfel voor de voormalige vader en zoon, slechts (en in beperkte mate) vertwijfeling. Dat plotselinge, dat overduidelijke geeft de gelaagde en geloofwaardige vader-zoon- en man-vrouw-relaties een wat te makkelijke, onrealistische afsluiting van het boek.
Het is een simpelheid die bedrieglijk is en een kritische noot die maar een terzijde moet blijven, want dit boek is meer dan een whodunit, meer dan een verzameling herinneringen, meer dan een filmisch geschreven boek, het is meer. Het is zo’n magische optelsom. Het sterke basisidee en het de nieuwsgierigheid bevredigende einde maken De passievrucht tot een ‘lekker’ boek. Maar vooral de uitwerking en de compositie zorgen voor meerwaarde. Het vader-zoon-verhaal en de andere liefdesverhalen worden vloeiend afgewisseld met het onderzoek: de twee lijnen ondersteunen elkaar, het ene motiveert het andere, het ander zoekt bewijzen in het ene.
De passievrucht werd een bestseller, met meer dan 333.000 verkochte exemplaren en een verfilming, door Maarten Treurniet met in de hoofdrollen Peter Paul Muller, Halina Reijn en Carice van Houten. Het werd in 31 (!) talen vertaald. Het won de Generale Bankprijs (de huidige AKO-prijs). Kunnen we, acht jaar na dato, zeggen dat dat succes terecht was, en de kwaliteit van het boek blijvend?
Aan de vooravond van de uitreiking van de Generale Bankprijs overzag Arnold Heumakers in NRC Handelsblad het deelnemersveld. Hij probeerde een voorspelling te maken van latere literaire waardering. Over De passievrucht schreef hij: ‘De ontknoping verrast, zoals het ontknopingen betaamt, de roman als geheel veel minder, ondanks de spanning en het raffinement van de compositie. Het vakmanschap van de schrijver dwingt ontzag af, maar weet je eenmaal hoe het zit, dan verdampt het verhaal, net als bij een gewone detective.’ Ik kan in beide oordelen, het positieve en het negatieve, meegaan. Literatuur voor de eeuwigheid lijkt De passievrucht niet te worden, maar dat hoeft een positieve beoordeling niet in de weg te staan. Het blijft een mooie roman over jong vaderschap, en dat zal over acht jaar nog zo zijn.

Recensie 2 Een schema helpt niet altijd door Edwin Fagel
Bestaat er eigenlijk een studieboek Hoe schrijf ik een roman? Vast wel. Daarin wordt waarschijnlijk aangeraden eerst een schema te maken, vol met pijlen, kleuren en strepen. Dit schema vervolgens geduldig invullen. Met een vleugje familiedrama, een vleugje wetenschap en een vleugje sex. Aan het slot van het boek grijpt alles in elkaar en voila: er ligt weer een roman in de schappen. Karel Glastra van Loon is een ijverig student, zo blijkt uit zijn debuutroman De passievrucht (1999). Het hoofdstuk "Hoe spanning op te bouwen", bijvoorbeeld, moet hij goed hebben bestudeerd. De hoofdpersoon van het boek, Armin, onderneemt een zoektocht, waarbij "de waarheid" stukje bij beetje duidelijk wordt. De zoektocht wordt gelardeerd met flash backs en gewichtige overpeinzingen, die allemaal op de één of andere manier bijdragen aan de ontknoping. "Men zorge voor korte hoofdstukken", leert ons het studieboek Hoe schrijf ik een roman? "En geve aan het begin van ieder hoofdstuk een halve aanwijzing van wat er in het hoofdstuk staat te gebeuren. Dat houdt de aandacht vast en bouwt de spanning op."
Aan het begin van De passievrucht krijgt Armin te horen dat hij geen kinderen kan krijgen omdat hij onvruchtbaar is. Hij is dat gaan onderzoeken omdat zijn huidige vriendin en hij een kind willen, maar dat lukt niet. Probleem: van wie is dan het kind waarvan hij dacht dat hij het bij zijn eerste vrouw, Monika (die inmiddels is overleden), had verwekt? Hier begint de zoektocht. De zoektocht voert hem langs de ex van Monika, hun huisarts en een collega. Stukje bij beetje wordt het verleden van Armin en zijn eerste vrouw gereconstrueerd. Dat verleden komt natuurlijk in een heel vreemd daglicht te staan: met wie ging zij vreemd? Wat wist Armin destijds niet?
Probleem is dat het allemaal niet invoelbaar wordt gemaakt. Armin raakt al aan het begin van het boek in een soort panische toestand. Misschien ben ik te weinig vader om dat na te kunnen voelen. Maar meer dan eens heb ik me afgevraagd waar de man zich in godsnaam druk om maakt. Hij heeft een goede relatie met zijn zoon Bo (al wordt die verstandhouding naar mijn smaak ook niet erg overtuigend geschetst) en zelf is hij ook niet de meest trouwe huisman, zo blijkt verder in het boek. Dat iemand anders de vader van zijn kind is zou slechts van administratieve waarde hoeven zijn.
Kortom: het probleem waar de hoofdfiguur zich mee bezig houdt komt me voor als een luchtbel. Of ik dat ook zou vinden als ik zelf onvruchtbaar zou zijn en ik zou bij mijn vorige vriendin een kind etc, dat weet ik niet. Maar waar het mij om gaat is dat Glastra van Loon het probleem, waar hij zijn boek omheen heeft geschreven, bij mij niet aannemelijk heeft kunnen maken. De wetenschappelijke verhandelingen en ellenlange gesprekken over voortplanting bij diverse dieren en over erfelijkheid en Darwin, komen dan zacht gezegd wat potsierlijk over. De erotische scenes ('Men vergete de sex niet!') zijn duidelijk voor het erotisch gehalte van het boek toegevoegd: de functie van de verschillende beschreven vrijpartijen in het verhaal is in de meeste gevallen verwaarloosbaar (je zou Glastra van Loon er bijna van gaan verdenken dat hij hoopte dat het boek verfilmd zou worden, met knappe actrices in de hoofdrol!).
De ontknoping ten slotte is een anticlimax. Erger nog: het is een ongeloofwaardige anticlimax. Het rammelt aan alle kanten. Dat zijn huidige vriendin al die tijd geweten heeft wie de echte vader was. Dat de vader van Armin sterft omdat hij geëmotioneerd raakt van het lezen in een apocrief Bijbelverhaal, dat hij eens van Monika heeft gekregen - waarom, vraag je je af. Monika was al bijna tien jaar dood en hij wist niets van de crisis die zijn zoon doormaakte. Dat ze zijn as uitstrooien boven het graf van Monika. Ik was blij dat het toch nog een happy end was, want als er ook nog eens bloed en ellende aan te pas was gekomen, had ik niet voor mezelf ingestaan. Ofwel: met al zijn ijver heeft Karel Glastra van Loon een hopeloos mislukt boek geschreven.
Hoe kan het dan dat dit zo'n bestseller is geworden? Je leest De passievrucht bij wijze van spreken tussen de maaltijd en het toetje, en ik vermoed dat daar de aantrekkingskracht van de roman in schuilt. Volgende vraag: mag een roman niet gewoon een beetje niemandallerig zijn? Ben ik zo'n snob? Moet literatuur altijd innerlijke strijd en onthutsing teweeg brengen? Nee, dat denk ik niet. Ik kan direct een rijtje titels opnoemen die niet direct tot literatuur met hoofdletter L zullen worden geschaard, en die men zuiver en alleen voor de ontspanning leest, maar die wel degelijk heel goed geschreven zijn. Die (en dat is denk ik belangrijk) ondanks de pretentieloosheid iets te zeggen hebben. De passievrucht zou ik niet eens typeren als een lekker tussendoortje die men na nuttiging weer direct kan vergeten. Eerder zou ik het boek vergelijken met een zak chips die je gedachteloos helemaal leeg eet, om je vervolgens te realiseren dat er eigenlijk niet zoveel smaak aan zat. 

Eigen mening
Dit boek heb ik snel uitgelezen. Het leest erg makkelijk en het is niet langdradig of saai. De verschillende onderwerpen worden naar mijn gevoel goed afgewisseld, net als wat Daan Stoffelsen in zijn recensie zegt. Hij zegt dat de liefdesverhalen goed worden afgewisseld met het onderzoek waar hij mee bezig is en hier ben ik het helemaal mee eens. Bovendien zegt Daan Stoffelsen dat dit boek niet behoort tot de zeer goede literatuur. Hier ben ik het ook mee eens, want het verhaal blijft niet heel goed bij je hangen. Er wordt ook niet echt een moraal bij je overgebracht, waardoor het een minder goed boek wordt volgens mij.
Edwin Fagel zegt dat de ontknoping van dit boek erg ongeloofwaardig is. Daar ben ik het mee eens. Ik zou me ook niet kunnen voorstellen dat Armins huidige vriendin zo’n geheim voor zich kan houden en dat zijn vader sterft omdat hij geëmotioneerd raakt van het lezen in een apocrief Bijbelverhaal, dat hij toevallig ook weer eens van Monika heeft gekregen. Het is naar mijn mening allemaal een beetje te erg in elkaar gezet en te toevallig, waardoor het erg ongeloofwaardig wordt.
Ik vond het boek leuk om te lezen, vooral omdat het vlot leesbaar was en ook nog wel een interessant verhaal. Maar het is een beetje te toevallig allemaal om het geloofwaardig te vinden. Het boek heeft ook niet echt een indruk op mij gehad. Dit maakt het dus niet echt een goed literair boek. Toch heb ik plezier gehad met het lezen.

vrijdag 30 maart 2012

Recensie Tirza - Arnon Grunberg


Het boek Tirza van Arnon Grunberg werd in 2006 in september uitgegeven. Sindsdien is deze roman vele malen herdrukt en heeft het grote prijzen gewonnen. In 2007 won het de Gouden Uil Literatuurprijs en de Libris Literatuur Prijs. In 2010 werd het boek verfilmd en gespeeld door Nationaal Toneel.
Arnon Grunberg is geboren op 22 februari 1971 in Amsterdam. Hij volgde het Gymnasium, maar is in 1988 van school gegaan omdat hij voor de tweede keer bleef zitten. Daarna heeft hij gewerkt als onder andere jongste bediende bij een apotheek en als bordenwasser. Vroeger wilde Arnon Grunberg acteur worden, maar nadat hij twee rollen in films had gespeeld, kwam hij erachter dat hij het toch niet zo leuk vond. Hij hield niet van de strakke schema’s en de drukte. Toen is hij zich gaan verdiepen in het schrijven van boeken en sindsdien heeft hij vele boeken uitgebracht en belangrijke literaire prijzen gewonnen. Bekende boeken van deze schrijver zijn Blauwe maandagen en de Asielzoeker, met beide boeken heeft hij ook prijzen gewonnen. In 1987 schreef hij zijn eerste werk, dit was een toneelstuk genaamd Koningin Frambozenrood. Sinds maart 2010 schrijft hij een dagelijkse column op de voorpagina van de Volkskrant.  
Ik verwachtte van dit boek niet erg veel. Mijn moeder vertelde me namelijk dat ze het niet echt een leuk boek vond en dat ze het niet uitgelezen had, maar zei dat ik het maar moest proberen te lezen. Bovendien vertelde meneer Philipsen dat hij er ook niet makkelijk doorheen kwam, en dat hij benieuwd was of ik het uit zou lezen. Mijn verwachtingen waren dus niet hoog.
Ik denk dat de boodschap van het verhaal is dat er in iedere persoon ‘een beest’ zit wat naar boven kan komen. Dus dat iedereen wel iets slechts in zich heeft zitten wat bij de ene sneller naar boven kan komen dan bij de ander. Er worden ook vaak in het boek zinnen gezegd als: ‘het beest komt naar boven’ of ‘het beest kwam bij mij naar boven’. Het boek wordt geschreven vanuit de ogen van Jörgen Hofmeester die op de eerste indruk een nette man lijkt. Maar eigenlijk doet hij af en toe erg foute dingen. Bij dat soort gebeurtenissen staan meestal zinnen die als kern hebben dat het beest bij hem naar boven kwam. Ik denk dus dat de boodschap van dit boek is dat ieder mens wel eens slechte dingen doet en dat er ieder persoon wel iets slechts zit verborgen wat er op een gegeven moment uit komt.

Dit boek gaat over Jörgen Hofmeester, zijn twee dochters Ibi en Tirza en in mindere mate ook over 'de echtgenote', zijn vrouw. Het verhaal begint bij het moment dat Tirza haar eindexamen heeft gehaald en er een feest gegeven gaat worden. Daarna zal ze met haar nieuwe vriendje Choukri door Afrika gaan trekken.
Jörgen's echtgenote had hem al veel eerder verlaten voor een jongere man, al zijn ze nooit gescheiden. Op een dag staat ze ineens weer voor de deur. Ze vertelde dat ze niet terug had willen komen maar nergens anders terecht kon. Hij beschouwt zijn vrouw als een indringer die hem ongelukkig en onzeker maakt. Jörgen had zijn leven lang trouw geld gespaard voor de kinderen en dat alles belegd in een Hedge Fund maar door de economische crisis na 11 september is hij al zijn geld kwijt geraakt. Als Tirza haar vriendje heeft opgehaald voor het feest en hen aan elkaar voorstelt ziet Jörgen Choukri direct als Mohammed Atta, een 11 september terrorist en heeft een grondige hekel aan hem.
Op Tirza's feest zoent 'de echtgenote' met één van Tirza's vrienden en heeft Jörgen zelf sex met een klasgenote van Tirza in het tuinhuisje. Tirza betrapt hen en Jörgen ziet zijn leven als een grote mislukking; zijn vrouw gedraagt zich als een valse slet, zijn dochter heeft een relatie met een terrorist en hij heeft seks met een piepjong meisje. In de dagen na het bovenstaande voorval realiseert Jörgen zich dat hij aan de epiloog van zijn leven gaat beginnen, hij besluit Tirza en Choukri voor hij hen op het vliegveld in Frankfurt zet nog een weekendje mee te nemen naar het huis van zijn ouders, vlakbij het vliegveld.
Eenmaal daar betrapt Hofmeester zijn dochter en haar vriend vrijend op de keukentafel. Hierna is hij volledig uit zijn humeur en gaat naar het dorp om een rijsttafel voor drie personen te halen, hij eet echter alles alleen op omdat Tirza en 'Atta' slapen. De volgende dag brengt hij Tirza en 'Atta' naar het vliegveld en zwaait hij ze uit. Jörgen wordt na een dag erg ongerust als hij nog niks van zijn dochter heeft gehoord, ze had namelijk belooft direct te bellen als ze aan waren gekomen. Hij reist Tirza achterna.
In Namibië aangekomen boekt Hofmeester een luxe hotelkamer en ontmoet een klein meisje, Kaisa genaamd, die hem haar gezelschap aanbiedt. Hij houdt Kaisa bij zich en vertelt haar het werkelijke verhaal; nadat hij zijn dochter en 'Atta' op de keukentafel had betrapt heeft hij Tirza doodgeslagen met een pook en 'Atta' heeft hij gesnoeid, vermoedelijk met een kettingzaag. De lijken heeft hij begraven. Na dit hele verhaal bekent te hebben aan Kaisa, die hem niet verstaat, keert hij terug naar Amsterdam. De lijken zijn inmiddels gevonden.

De verwachtingen die ik had van dit boek klopten. Ik had geen plezier met het lezen van dit boek. Dat komt vooral omdat ik me niet goed kon inleven in de hoofdpersoon, en dat wil ik graag als ik een boek lees. De hoofdpersoon, Jörgen Hofmeester, deed soms acties waar ik me echt over verbaasde. Als voorbeeld: Nadat de echtgenote Jörgen had verlaten, bleef ze jarenlang weg en heeft hij niets meer van haar gehoord. Ineens na die zoveel jaren staat ze dan weer bij hem op de stoep met een koffer met als reden: ‘ik kon nergens anders meer naartoe’. Jörgen laat haar binnen en laat haar weer bij haar wonen. Hier kan ik me dus niet in verplaatsen. Als je vrouw je verlaat en na jaren weer terug komt en doet alsof er niets aan de hand is, zou ik dat niet accepteren. En al helemaal als ze zegt dat ze nergens meer naartoe kon. Als ze al die jaren weg is gebleven zonder iets van zich te laten horen, zou ze zich nu ook wel kunnen redden.
Een tweede voorbeeld is het vermoorden van Tirza en haar vriendje. Hier kan ik me ook niet in verplaatsen. Om je eigen dochter en vriendje te kunnen vermoorden moet er wel iets met je aan de hand zijn, want ik denk niet dat je dat zomaar kan doen. Jörgen gaat daarna gewoon naar Afrika om haar te zoeken, terwijl hij haar heeft vermoord. Dit vind ik een beetje verwarrend. Waarschijnlijk werd het hem allemaal een beetje te veel (het terugkomen van de echtgenote, de hedge fund, het nieuwe vriendje van Tirza “Mohammed Atta”), waardoor hij in de war raakte en rare dingen ging doen. Dit is de verklaring die mij het meest logisch lijkt.

Bovendien vond ik het boek een beetje langdradig. In het begin van het boek is Jörgen Hofmeester zich aan het voorbereiden op het feestje van Tirza. Dit neemt bijna een kwart van het boek in beslag. Er zijn wel veel flashbacks en terugblikken, maar alsnog begint het je een beetje te vervelen. Ik wilde na een tijdje wel eens weten hoe het feestje zelf zou zijn en hoe de reis van Tirza zou verlopen.
Het stuk in het boek waarin Hofmeester Afrika rondtrekt met het meisje Kaisa vind ik wel weer mooi. Ik vind het mooi hoe hij in zo’n ver land zo’n band op kan bouwen met een meisje die onbekend voor hem is en waarvan hij niets weet, én die zijn leeftijd helemaal niet heeft. Het meisje zegt de hele reis bijna geen woord, maar toch kan Hofmeester zijn hele verhaal bij haar kwijt en krijgt het gevoel alsof hij met iemand kan “praten”. Dit vind ik erg indrukwekkend.

Het boek vind ik erg actueel, het is ook nog niet zo lang geleden geschreven. De dingen die Hofmeester heeft meegemaakt zouden in deze tijd ook zo kunnen gebeuren.

Ik heb het boek met moeite uitgelezen. Als ik me iets meer in de hoofdpersoon had kunnen inleven zou het veel makkelijker zijn gegaan. Maar de dingen die de hoofdpersoon deed, kon ik me gewoon niet voorstellen. Ik raad dit boek dus niet aan, ook mede doordat het een beetje langdradig was geschreven.

Titel: Tirza
Auteur: Arnon Grunberg
Aantal pagina’s: 430
Uitgever: Nijgh & van Ditmar
Jaar van eerste uitgave: 2006